PLATFORM WOONSTARTERS EDITIE 05 | JUNI 2020


Voorwoord

Door Jan Willem van Beek,

directeur van SVn

We leven in een surrealistische tijd. Ik stel regelmatig de vraag: hoe gaat het verder? Wordt het nog ouderwets normaal of komt er een nieuw normaal? De verstrekkende, economische gevolgen van corona zijn in ieder geval groot. Ik denk echter dat de vloedgolf van effecten het Noordzeestrand nog niet bereikt heeft. Wel begint het water te stijgen. Economen doen hun best om sombere scenario’s te beschrijven. Hoe slechter, hoe beter lijken media te denken. Een positieve boodschap is kennelijk geen nieuws.

Met deze alweer 5e uitgave van Platform Woonstarters vroeg ik me af wat de invloed van corona zou zijn op de serie artikelen van verschillende deskundigen. Niet meegenomen is het recente onderzoek van het EIB naar de gevolgen voor de bouwsector en de parallellen met de crisis van 2008-2014. Een gedegen werkje met de aanbeveling om de starter en de Starterslening weer volop in de schijnwerpers zetten als er vraaguitval optreedt. Ik ben dan bescheiden trots op ons mooie SVn-product dat elk jaar weer duizenden starters verantwoord aan een eerste woning helpt.

Peter Boelhouwer schetst in deze editie verschillende woningmarktscenario’s aan de hand van de duur van de coronacrisis. Hoe langer het virus beklijft, hoe groter de problemen. Aan het einde van zijn verhaal gaat hij in op de mogelijk structurele veranderingen die optreden in de woonvoorkeuren van consumenten, met een versterkte wens om in het groen te wonen en met ruimte om ook thuis te werken. Kleine stadsappartementen zouden daarmee wat uit de gratie raken. Ook woonvormen die de gemeenschapszin ondersteunen, kunnen in populariteit winnen. Dat vind ik een interessante gedachte. In mijn vorige voorwoord schreef ik ook al iets over een mogelijke herwaardering van wonen op het platteland.

De politieke bijdrage komt dit keer van Carla Dik-Faber van de ChristenUnie. Zij bekent een guilty pleasure te hebben die wel wat weg heeft van gluren bij de buren. Maar dan netjes op funda. Ze houdt een pleidooi om de financiering van een koopwoning voor starters makkelijker te maken en in gemeenten een zelfbewoningsplicht in te stellen. Een woning is tenslotte geen ‘winstfabriek’. Ze pleit verder voor meer noaberschap en ‘inclusieve wijken’. Die laatste term gaan we volgens mij de komende maanden met de verkiezingen op komst vaker horen.

Inclusieve wijken, inclusieve samenleving. De actualiteit leert ons iedere dag dat er nog veel werk gedaan moet worden om tot een maatschappij en samenleving met gelijke kansen voor iedereen te komen. Het gevaar van abstracte termen is vaak wel dat niemand straks meer weet waarover het exact gaat. En wie neemt de regie? Als het aan stadsgeograaf Sako Musterd ligt, neemt de rijksoverheid het voortouw. Net als in de jaren vijftig van de vorige eeuw is er volgens hem opnieuw behoefte aan sterke overheidsregie. Alleen dán komt er in wijken ruimte voor starters, in zowel huur- als koopwoningen. Wellicht in combinatie met koop-huur-concepten, zoals het BPD Woningfonds samen met de Rabobank ontwikkelt?

Starters zorgen voor een magic mix door als ‘dragers’ tussen de ‘zorgvragers’ te wonen, schrijft Harriët Tiemens als voorzitter van de fysieke peiler van het Stedennetwerk G40. Mirthe Biemans van woningstichting Rochdale stelt in een blog dat jonge mensen gewoon nodig zijn in wijken. Voor zowel bedrijvigheid, scholen als andere voorzieningen. In de huursector kunnen woningcorporaties daar soms wel een beetje in sturen. Zo proberen twee woningcorporaties in Tiel verhuistreintjes op gang te brengen door ouderen in een grote woning te vragen te verhuizen naar een kleinere huurwoning en hen daarbij voorrang te geven.

Verhuistreintjes laten zich in de koopsector moeilijker construeren. Tijdens de vorige crisis deden verschillende makelaars wel pogingen, maar met weinig succes. Bovendien komt het toekomstige aanbod voor koopstarters volgens het Kadaster niet van babyboomers, de generatie die van alle woningen in Nederland bijna een op de vijf woningen bezit. Deze huizen zijn vaak te groot en te duur. In Roosendaal doen ze het net even anders. Die gemeente biedt ouders de mogelijkheid hun kinderen te helpen met de Verzilverlening van SVn door de overwaarde te gebruiken als schenking. Op de woningmarkt kunnen starters verder terecht als het gaat om gedateerde woningen met een slecht energielabel. Maar dan moet er wel geklust worden en geld over zijn om de woning te verduurzamen. Elk voordeel heb z’n nadeel.

Als we het hebben over het kopen van een niet-energiezuinige woning, moeten starters wel opletten dat ze geen kat in de zak kopen. Dat vindt althans Jeroen Pels van Triodos Bank. Hij waarschuwt om bij het kopen van een woning ook naar de energielasten te kijken en te bedenken dat niet verduurzamen op termijn een financieel risico kan zijn. Voor wie wel aan de slag gaat met verduurzaming zijn er trouwens tal van financieringsmogelijkheden en subsidies. Het zou zomaar eens kunnen dat de coronacrisis tot tijdelijke stimulerende maatregelen van de overheid leidt. Dat is dan wel weer positief nieuws.


Delen mag, graag zelfs!