Startersleningen in Limburg: twee vliegen in één klap (of eigenlijk drie)

Door Andy Dritty, gedeputeerde Wonen bij de provincie Limburg

Met de Starterslening ondersteunt de provincie Limburg zowel individuele gebruikers als (gemeentelijke en provinciale) beleidsdoelen. Dat zijn dus twee vliegen in één klap. Of eigenlijk drie, want de financiering van de lening is voor de provincie een zeer verantwoorde investering: de provinciale inleg komt terug met rente en wordt opnieuw ingezet. Dankzij dat drievoudig rendement verlengden de Provinciale Staten de regeling dan ook unaniem tot en met 2023.


Limburg kent de Starterslening sinds 2006, in vrijwel alle gemeenten. Met de lening verbetert de positie van (koop)starters op de woningmarkt. En als meer starters een woning kunnen kopen, bevordert dat de doorstroming op de woningmarkt. Tot eind 2016 gaf de rijksoverheid een stimuleringsbijdrage aan alle startersregelingen. Dat stopte met de aantrekkende woningmarkt. Daarop verhoogde de provincie Limburg de provinciale bijdrage per lening van 50 naar 75 procent. De overige 25 procent is een inbreng van de gemeente die de Starterslening verstrekt. De provincie legt dus bij elke Starterslening driemaal de gemeentelijke bijdrage in. In Limburg doet dan ook 90 procent van de gemeenten mee (tegenover landelijk 62 procent).

Effect van de Starterslening
De regeling versterkt de positie van (koop)starters en heeft een positief doorstromingseffect. Starters kopen in grote meerderheid immers bestaande woningen. Elke gekochte woning leidt vervolgens tot een ‘treintje’ van verkopen. Dat meegerekend worden er in Limburg jaarlijks 1.800 extra woningen verkocht. Bovendien zet bijna een kwart (23%) van de starters de Starterslening mede in voor verduurzaming van de woning en daarmee voor de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Er is ook verlichting op de huurmarkt te zien. Uit onderzoek (2018) blijkt dat de helft van de koopstarters zonder mogelijkheid van een Starterslening was blijven huren. Zodoende kwamen in Limburg 1.500 huurwoningen beschikbaar.

Ontwikkeling van de Starterslening
Het aandeel koopstarters dat in Limburg gebruikmaakt van de Starterslening steeg tot 2017 gestaag met zo’n 7 procent per jaar. Sindsdien daalt het totaal aantal verkopen en het aantal koopstarters, met en zonder starterslening. Dat kan een indicatie zijn voor de verslechterde positie van starters op de woningmarkt ten opzichte van doorstromers (dankzij stijgende woningprijzen en strengere financieringseisen). Negen van de tien starters geven aan dat ze hun woning zonder de Starterslening niet hadden kunnen kopen. Dat bevestigt het versterkende effect op de positie van koopstarters.

De Starterslening in de provincie Limburg: feiten en cijfers (peildatum 1 januari 2020)

  • Beschikbaar in 28 (van de 31) gemeenten
  • Ruim 3.250 Startersleningen verstrekt sinds 2006
  • 75 procent provinciale bijdrage, 25 procent gemeentelijke bijdrage
  • 46 miljoen euro aan leningen uitgezet (provinciaal deel)
  • 23 procent van de koopstarters gebruikt de lening mede voor verduurzaming
“Faciliteren van woonstarters is investeren in de wooncarrière van de starters zelf én in de kwaliteit van de woningvoorraad. Het zijn vaak starters die bestaande woningen kopen en bij de tijd brengen. Zo stimuleren ze de doorstroming. Daarom investeert Limburg graag in hen.”
– Andy Dritty, gedeputeerde Wonen bij de provincie Limburg

Eindeloos lenen aan eigen inwoners

Het is duidelijk dat er behoefte is aan de Starterslening. De provincie beschikt ook over genoeg reserves, vooral door de verkoop van haar aandelen in het vroegere energiebedrijf. Dat geld is dus eigenlijk opgebracht door de eigen inwoners vanuit hun afname van energie en kan nu gebruikt worden. Limburg heeft de voorkeur voor een systeem waarbij het geld meermaals ingezet kan worden. Uitgeven kan immers slechts eenmalig, uitlenen kan eindeloos. Alternatieven, zoals bijna renteloos bankieren bij het Rijk, zijn minder aantrekkelijk dan het verstrekken van leningen die de eigen beleidsdoelen ondersteunen. Hoewel Startersleningen door hun lage rente voor de verstrekker geen hoge opbrengst opleveren, is de opbrengst in elk geval positief. De zekerheid is bovendien groot: de leningen zijn hypothecair geborgd en starters blijken solide betalers die keurig voldoen aan hun verplichtingen. Minder dan 1 procent komt in de betalingsproblemen. “Was elke investering maar zo verantwoord als deze”, merkte een Statenlid daarom op bij een van de verlengingen van de regeling.

Blik in andere richting bepaalt
Met de verstrekte 46 miljoen euro aan Startersleningen is het financieringsplafond van 48,3 miljoen euro bijna in zicht. Zorgwekkend is dat echter niet. Er vloeit jaarlijks immers zo’n groot bedrag aan aflossingen terug in kas dat daarmee het grootste gedeelte van de nieuwe behoefte gedekt kan worden. Dat tekent het belangrijkste verschil in benadering tussen het Rijk en de provincie Limburg: Startersleningen kwamen bij het Rijk als uitgaven ten laste van de begroting. Terugvloeiend geld komt in een ander potje. Maar je kunt Startersleningen ook zien als krediet dat niet drukt op de begroting. Of als investering. Het is juist die blik in de andere richting die de deur openzet en bepalend is om een regeling als deze langdurig en met overtuiging in de lucht te houden. Met in dit geval een positief effect op de woningmarkt voor starters. En daardoor ook een positief effect op de woningmarkt als geheel.

Foto © Provincie Limburg


Delen mag, graag zelfs!