GASTBLOG


“Coronacrisis raakt starters op de woningmarkt langdurig”

Een bijdrage van Vera van Rossum, bestuurscommissielid wonen bij CNV Jongeren

De coronacrisis raakt jongeren op de arbeidsmarkt hard. Cijfers van het CBS laten zien dat 139.000 jongeren door de coronacrisis hun baan hebben verloren. Het aantal jongeren dat in de WW terecht kwam, is verdrievoudigd tot 31.000. Maar de crisis raakt hen niet alleen op de arbeidsmarkt, ook op de woningmarkt nemen de problemen toe. Woningmarkt en arbeidsmarkt zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het teruglopen of zelfs wegvallen van inkomen heeft grote gevolgen voor de woningen die jongeren nu en in de toekomst kunnen betalen. Door de coronacrisis raakt een generatie starters langdurig verzwakt op de woningmarkt, waar ze het toch al extreem lastig hadden. De coronacrisis legt een vergrootglas op de reeds aanwezige obstakels waar starters tegenaan lopen. Juist nu is de urgentie groter dan ooit om betaalbaar wonen voor jongeren mogelijk te maken. Voor de coronacrisis was, naast de toch al extreem hoge vraagprijzen van woningen, de studieschuld voor veel jongeren al een obstakel voor het toetreden tot de koopmarkt. Een belangrijk punt waar CNV Jongeren al langere tijd aandacht voor vraagt. Veel studenten zijn nu door de crisis hun bijbaan kwijtgeraakt en verhogen noodgedwongen hun studielening om hun kamerhuur rond te krijgen. Dit komt ze later duur te staan. Met een hogere studieschuld zal het voor deze generatie nóg lastiger zijn om later een hypotheek te krijgen en een huis te kopen. Vanwege schaarste woonden veel starters voor de coronacrisis al in een huurwoning ver boven hun budget, met onverantwoord hoge huurbedragen die gemiddeld 40-50% van het inkomen bedragen. Het wegvallen van een baan én inkomen is dan funest. Hoewel de minister van BZK zich heeft ingezet om tijdelijk uitstel van huurbetaling mogelijk te maken, blijft het probleem gelden. Uitstel is immers geen afstel en de huurachterstand moet alsnog betaald worden wanneer de tijdelijke maatregelen vervallen. Zeker wanneer starters op de huidige arbeidsmarkt moeite hebben met het vinden van een nieuwe baan of een lager inkomen moeten accepteren, zal dit leiden tot het dringend op zoek moeten naar een andere, goedkopere woning. Oftewel, een woning die voor de coronacrisis al bijna onmogelijk te vinden was. Voor beiden – student en starter – heeft de coronacrisis dus direct en indirect grote gevolgen. Wie nu noodgedwongen al zijn spaargeld aanspreekt of extra leent om de huur van een kamer of woning te kunnen betalen, zal later nog langer moeten sparen voor een koophuis. Ontwikkelingen als de recent door hypotheekverstrekker Nationale Nederlanden aangekondigde maatregel dat mensen met tijdelijke contracten meer eigen vermogen moeten inbrengen bij het kopen van een huis, versterken de gevolgen verder. Logischerwijs zullen starters langer op de te dure huurmarkt moeten blijven, waardoor vermogen opbouwen nog eens extra bemoeilijkt wordt. Uitgezonderd voor wie vermogende ouders heeft die financieel willen en kunnen bijspringen, wordt het voor starters steeds moeilijker om zelfstandig de koopmarkt te betreden. Een eerlijke kans op vermogensopbouw wordt hen zo ontnomen. Om de kansen van deze groep starters op de woningmarkt duurzaam te verbeteren, is het cruciaal om te zorgen voor voldoende betaalbare en voor starters toegankelijke huur- en koopwoningen. Hoewel het kabinet probeert om hier stappen in te zetten met maatregelen als het maximeren van de huurverhoging in de vrije sector en het mogelijk maken van een opkoopbescherming in bepaalde wijken, is dit niet genoeg. Onderzoek heeft aangetoond dat de grootste huurstijging van vrijesectorwoningen juist tússen en niet bínnen tijdelijke huurcontracten plaatsvindt, waar de maximeringsmaatregel niet op van toepassing is. Deze maatregel snijdt dus weinig hout om huur betaalbaarder te maken voor starters. Op de koopmarkt biedt het weren van buy-to-let misschien soelaas, maar dat betekent nog niet direct dat koopwoningen weer binnen het budget van starters komen. Willen we echt iets bereiken, dan moet er expliciet gestuurd worden op betaalbaarheid. Bouw meer sociale huurwoningen en maak deze toegankelijker voor starters, zorg voor het behoud van huurwoningen in het lage middenhuur segment en maak afspraken over de prijzen van nieuwbouw koopwoningen binnen het budget van starters. Zeker wanneer een generatie starters door de coronacrisis langer doet over vermogensopbouw en de behoefte aan goedkope woonruimte groeit, is dit extra noodzakelijk. Zowel de minister van BZK als gemeenten en woningcorporaties hebben hierin een verantwoordelijkheid. Meer dan ooit is het nu zaak dat deze partijen de handschoen oppakken om betaalbaar wonen voor jongeren te realiseren.


Delen mag, graag zelfs!